Conseil de l'Europe
  Quoi de neuf ?  |  A propos du CPT  |  Membres  |  Etats  |  Visites  |  Documents  |  Base de données

PERSCOMMUNIQUÉ VAN DE BELGISCHE REGERING


TUSSENTIJDS VERSLAG VAN DE BELGISCHE REGERING ALS ANTWOORD OP HET VERSLAG VAN HET EUROPEES COMITÉ TER VOORKOMING VAN FOLTERING EN ONMENSELIJKE OF VERNEDERENDE BEHANDELING OF BESTRAFFING (CPT) NAAR AANLEIDING VAN HET BEZOEK AAN BELGIË VAN 31 AUGUSTUS TOT 12 SEPTEMBER 1997


Brussel, 31 maart 1999

Naar aanleiding van het tweede periodiek bezoek aan België van het Europees Comité ter voorkoming van foltering (CPT) dat van 31 augustus tot 12 september 1997 plaats vond in een open geest en werd gekenmerkt door een vlotte samenwerking tussen de autoriteiten van de Federale Staat en de Gemeenschappen bevoegd voor de bezochte inrichtingen, heeft het CPT aan de Regering een verslag bezorgd. De Regering heeft voornoemd verslag op 18 juni 1998 bekend gemaakt.

De Regering heeft het CPT een tussentijds verslag toegezonden en beslist het op 31 maart te publiceren. Het verslag bevat gegevens over de wijze waarop men voornemens is de aanbevelingen van het CPT uit te voeren, een uiteenzetting over de maatregelen die reeds zijn genomen alsmede de reacties en antwoorden van de Belgische autoriteiten op het commentaar en de verzoeken om inlichtingen die in voornoemd verslag zijn geformuleerd.

1. Het verwijderingsbeleid en de gesloten centra

1.1. De Belgische regering stelt vast dat de verblijfsomstandigheden in de centra en het beheer van de centra over het algemeen als bevredigend worden bestempeld door het Comité ter preventie van foltering (CPT). Dat neemt niet weg dat ze zich er toe engageert om zo grondig mogelijk in te gaan op de opmerkingen die het CPT maakte.

Een uitzondering op deze algemene, bevredigende beoordeling is het centrum 127. De regering is zich daar van bewust en heeft de nodige stappen gezet om dit centrum binnen afzienbare tijd te vervangen door een nieuw centrum op een andere locatie.

1.2. Een zeer uitgebreide en belangrijke reeks maatregelen werd reeds genomen in de nota aan de Ministerraad van 4 oktober 1998. Deze maatregelen betreffen het ganse migratiebeleid, waarbij de noodzaak van een uitwijzingsbeleid van illegaal in ons land verblijvende vreemdelingen niet in vraag wordt gesteld.

Een aantal van deze maatregelen betreffen specifiek de verwijderingen en de gesloten centra, en dus ook de materie waarover het CPT zijn verslag uitbracht. Een kort overzicht.

1.3. De gesloten centra

a. De duur van de vasthouding werd intussen beperkt tot maximaal vijf maanden, enkel te verlengen met drie maanden in uitzonderlijke gevallen van openbare orde.

b. Er werd een onafhankelijke controlecommissie opgericht, belast met het permanent toezicht op de kwaliteit van de verblijfsomstandigheden in de gesloten centra. De taak van deze commissie is gelijklopend met die van het CPT. Zij zal einde april haar eerste rapport uitbrengen.

c. De mogelijkheid tot het uitvoeren van een onaangekondigd bezoek werd uitgebreid. Parlementsleden, magistraten, gouverneurs, burgemeesters, vertegenwoordigers van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en een beperkt aantal NGO’s hebben voortaan een permanent bezoekrecht.

d.    In de gesloten centra zullen, zoals in de open centra, opleidingsactiviteiten worden georganiseerd. Samen met het departement Ontwikkelingssamenwerking en met het Rode Kruis werd reeds nagegaan op welke wijze dit zo snel mogelijk kan gerealiseerd worden.

e. Een Koninklijk Besluit dat de regels voor het beheer van de centra en de rechten van de personen die er verblijven vastlegt, zal voor einde april ter ondertekening aan de Koning worden voorgelegd. De eerbiediging van de grondrechten van de bewoners staat hierin centraal.

f. Aan alle gesloten centra werd bijkomend personeel toegekend, om de medische en sociale begeleiding te verbeteren (o.m. door de aanwerving van sociaalantropologen).

1.4. Gedwongen verwijderingen

Het is duidelijk dat de organisatie van een escorte moet gebeuren met respect voor de fundamentele rechten en de menselijke waardigheid van elke persoon. Om dit in de toekomst beter te garanderen worden volgende maatregelen genomen.

a. Het detachement van de rijkswacht te Zaventem (VDNL) werd gemoderniseerd en versterkt: het aantal manschappen werd uitgebreid, alle manschappen werden grondig geëvalueerd en programma voor bijkomende vorming is in uitvoering.

b. Vanaf eind april zal een bijzondere cel in actie komen die de opdracht krijgt de te verwijderen personen op te vangen en ze te begeleiden. Deze cel zal bestaan uit psychologen en sociaal assistenten en zal nauw samenwerken met de sociale diensten en de begeleiders van de gesloten centra, teneinde een optimale begeleiding en ondersteuning van de te verwijderen persoon te verzekeren.

c. Met de diensten die bevoegd zijn voor de infrastructuur van de luchthaven werden er afspraken gemaakt over het ter beschikking stellen van voldoende en aangepaste lokalen. Belangrijk voor de verwijderingen is vooral dat hierdoor een nieuw, modern en beter gelegen gebouw zal beschikbaar zijn voor het onderbrengen van personen die wachten op hun verwijdering, waarbij er werd rekening gehouden met de minimumvoorwaarden inzake cellen.

d. Er werd een onafhankelijke adviescommissie belast met de evaluatie van de methodes en de technieken die kunnen gebruikt worden bij verwijderingen. Deze commissie heeft op 21 januari 1999 haar eindrapport voorgelegd. De huidige voorlopige richtlijnen zullen volledig in de lijn van deze aanbevelingen aangepast worden. Het gebruik van het kussen als dwangmiddel zal uitgesloten zijn.

2. Inrichtingen van de politie en rijkswacht

2.1. Formele bevestiging van de rechten van aangehouden personen en van de sanctie in geval van schending van de rechten in kwestie (rol van de hiërarchische autoriteiten). Er dringt zich een deontologische code op. De selectie en de opleiding van het politiepersoneel moeten terzake een sleutelrol vervullen bij het inschatten en aanleren van technieken van communicatie tussen personen.

Doelstellingen bereikt door de psychotechnische proef en het interview waarin de communicatievaardigheid en de sociaalgerichtheid van de kandidaat geëvalueerd worden. Deze begrippen worden vervolgens ontwikkeld tijdens de basisopleiding door een transversale lezing in de verschillende socio-psychologische en algemene disciplines en in sommige speciale opleidingen die specifiek hierop gericht zijn.

2.2. De beroepsopleiding moet het beperkt gebruik van dwang benadrukken.

Multidisciplinair leerproces (wetgevend, psychosociaal en beroepspraktisch) inzake de opportuniteit en de progressiviteit van het gebruik van dwang. Er worden externe partners betrokken (Universiteiten, Liga voor de Rechten van de Mens, Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding). Het doel is dat de relatie beheerd wordt als een verwervingsvector van gedragsnormen die overeenstemmen met de democratische verwachtingen.

2.3. Normbevestiging en specifieke ondersteuning in het kader van missies met een hoog risicogehalte (repatriëringsescorte), waakzaamheid en verhoogde controle voornamelijk vertaald in sancties in geval van slechte behandeling van personen wier vrijheid werd ontnomen.

Voorontwerp van wet betreffende het tuchtrechtelijk statuut van de geïntegreerde politie dat de algemene principes van gedragingen die verenigbaar zijn met de functie bekrachtigt en psychologische begeleiding door een stressteam van de politiemensen die blootgesteld werden aan moeilijke situaties.

2.4. Ontoereikende omstandigheden van vasthouding in termen van recht op netheid (matras, beddengoed), het beschikken over drinkbaar water en een aangepaste voeding waarbij er voldoende uitvoerend personeel aanwezig is.

Ontwerp van besluit "Amigo" dat de minimale normen terzake vastlegt en de hieruit voortvloeiende materiële aanpassingen die voorzien worden.

Besluiten van het onderzoek door het Comité P: aanpassing van de infrastructuren, van de organisatie en van de te plannen veiligheid.

2.5. Grondrechten van de personen wier vrijheid ontnomen werd:

Princiepsakkoord en wettelijk dispositief dat moet opgezet worden om de verschillen in interpretatie die vandaag worden vastgesteld te vermijden.

Bekrachtigde rechten of rechten voor wier erkenning geen enkel bezwaar bestaat.

Bijzondere initiatieven die veralgemeend moeten worden door een wetsbepaling.

Het gezag terzake van de wet Franchimont moet geconcretiseerd worden door praktische richtlijnen.

2.6. Informatie inzake de elektronische registratie van de politieverhoren.

Een ministeriële richtlijn terzake voor bepaalde specifieke gevallen (overtredingen van sexuele aard of van mishandeling) wordt op dit ogenblik bestudeerd en vormt een eerste stap terzake. Er kan gedacht worden aan een eventuele veralgemening maar de financiële gevolgen alsook de gevolgen qua infrastructuur en mensen zijn aanzienlijk.

2.7. Informatie betreffende de inleiding van een individueel dossier van aanhouding.

Het register van de aangehouden personen wordt aangepast.

3. Wat de strafinrichtingen betreft

3.1.De overbevolking en omstandigheden van detentie

Sedert het bezoek van het CPT in september 1997 zijn blijvend inspanningen gedaan om de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken en de omstandigheden van detentie te verbeteren.

In de loop van 1997 is voortgegaan met de geleidelijke ingebruikneming van de nieuwe gevangenis te Andenne (400 plaatsen) die in 1997 officieel was geopend.

De volledig vernieuwde gevangenis te Nijvel (202 plaatsen) is in juni 1998 ingehuldigd en in oktober 1998 voor de eerste gedetineerden opengesteld.

In de loop van de komende vier jaar zal de capaciteit in de gevangenissen met ongeveer 1000 plaatsen toenemen (nieuwe gevangenis te Ittre-Tubize met 420 plaatsen; nieuwe gevangenis in Limburg met 480 plaatsen; uitbreiding te Nijvel met 180 plaatsen), mede om de levensvoorwaarden in de gevangenissen te verbeteren..

Op 22 maart 1999 waren er 8.076 gedetineerden voor 7.679 plaatsen in de gevangenissen.

Er gaat nog steeds aandacht uit naar de ontwikkeling van alternatieve maatregelen voor vervolging of hechtenis (dienstverlening, bemiddeling, alternatieve maatregelen voor voorlopige hechtenis....). Sedert de oprichting begin 1997 van de Steundienst Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen wordt steeds vaker een beroep gedaan op dat soort van maatregelen, waarvan het gebruik door middel van wetswijzigingen in het kader van de probatiewetgeving werd versoepeld. De Vlaamse Gemeenschap stimuleert de ontwikkeling van vergelijkbare alternatieven voor gedwongen, residentiële plaatsing van delinquente minderjarigen.

Er wordt geëxperimenteerd met de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in de woonplaats (elektronisch toezicht), een methode die momenteel aan evaluatie toe is met het oog op een eventuele veralgemening van het experiment.

Het CPT heeft veel opmerkingen gemaakt over de omstandigheden van detentie in de gevangenis te Bergen. Er wordt werk gemaakt van de renovatie van de verschillende vleugels (vleugel A is in gebruik genomen in december 1998, in vleugel B zijn de werken aangevat en met de renovatie van vleugel C zou in de tweede helft van 1999 van start moeten worden gegaan).

Renovaties zijn aan de gang of gepland in de strafinrichtingen te Antwerpen, Ieper, Leuven, Dendermonde, Doornik, Turnhout, Sint-Gillis en Vorst.

In de Vlaamse Gemeenschap voorziet een infrastructuurplan in de volledige renovatie van de gesloten gemeenschapsinstellingen De Hutten. De eerste werken worden in de zomer van 1999 aangevat.

3.2.Psychosociale en medische begeleiding van de gedetineerden

De jongste jaren is het aantal personeelsleden van de psychosociale dienst sterk opgevoerd, zowel wat het hoofdbestuur als wat de buitendiensten betreft. Een nieuwe procedure die ertoe strekt de personeelsformatie uit te breiden is thans aan de gang. In afwachting dat die procedure is afgehandeld, werd in de begrotingsvoorstellen voor het jaar 1999 voorzien in de werving van bijkomend contractueel personeel (56 psychologen, 15 maatschappelijk assistenten, 14 bestuursassistenten, 50 adjunct-penitentiair assistenten met een diploma van opvoeder).

Wat de medische dienst betreft, zijn tal van overeenkomsten afgesloten met zelfstandige artsen teneinde in de inrichtingen met meer dan 400 plaatsen te voorzien in teams die de raadplegingen verzorgen, alsook in een wachtdienst van 24 uur op 24 uur en in raadplegingen tijdens het weekend. Er wordt thans ook bijkomend verplegend personeel in dienst genomen (op statutaire en contractuele basis).

3.3. Socio-educatieve activiteiten

De Regering heeft het CPT erop gewezen dat deze aangelegenheden ressorteren onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen. De Gemeenschappen voorzien nu reeds in socio-educatieve activiteiten. Er werden samenwerkingsakkoorden gesloten tussen de Minister van Justitie en de Gemeenschappen (1994) teneinde ten behoeve van de gedetineerden het aanbod op dat vlak geleidelijk aan te verruimen. In de toekomst zal de samenwerking met de Gemeenschappen wellicht worden opgevoerd.

3.4. Wetgeving

De Commissie die is belast met de uitwerking van een "basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden" en wordt voorgezeten door professor DUPONT van de KUL zet haar werkzaamheden verder. De commissie zou in oktober 1999 een verslag moeten neerleggen.

Het verslag van de Commissie Interneringen die een kritische analyse moet maken van de wet tot bescherming van de maatschappij van 1964 en toekomstgerichte voorstellen doen, zou in de loop van de volgende weken moeten worden bekend gemaakt.

De tendensen uitgewerkt in beide Commissies gaan in de richting van de wensen van het CPT.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
Luc Van den Bossche

De Minister van Justitie,
Tony Van Parys

Vlaams Minister van Cultuur, Gezin en Welzijn,
Luc Martens

Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap,
Laurette Onkelinx

Waals Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid,
Willy Taminiaux


  ^

Contactez-nous   |   Presse   |   www.cpt.coe.int